Kernpunten
- De regel bestaat om verkeersveiligheid te dienen, niet om gratis overnachten mogelijk te maken.
- Eén nacht, op doorreis, in de praktijk ongeveer tien uur.
- Geen luifel, geen stoelen, geen tafel, geen poten uitdraaien.
- Gemeenten mogen het lokaal verbieden — borden gaan altijd voor.
- Het Stellplatz-netwerk maakt Duitsland alsnog een van de comfortabelste camperlanden van Europa.
Duitsland is voor camperaars het makkelijkste land van Europa, en tegelijk het meest misbegrepen. Want ja, je mag er op een openbare parkeerplaats overnachten. Alleen niet om de reden die de meeste mensen denken.
De regel achter de regel
De Duitse wet spreekt van Wiederherstellung der Fahrtüchtigkeit: het herstellen van je rijvaardigheid. Dat is de hele grondslag.
Het doel is verkeersveiligheid. De wetgever wil niet dat een oververmoeide bestuurder doorrijdt, dus die mag stoppen en slapen. Dat het toevallig ook een gratis overnachting oplevert, is een bijproduct — geen recht.
Zodra je dat snapt, volgt de rest vanzelf. Eén nacht, want daarna ben je uitgerust. Op doorreis, want je bent onderweg naar ergens. En het moet zichtbaar zijn dat je onderweg bent, niet dat je bent aangekomen.
In de praktijk wordt ongeveer tien uur aangehouden.
Waar de grens ligt
Het onderscheid is niet waar je staat maar hoe je staat.
Gordijnen dicht, alles binnen, 's ochtends weg: dat valt onder de uitzondering. Luifel uitgedraaid, twee stoelen ernaast, tafeltje met koffie, poten naar beneden: dan is het geen rustpauze meer maar kamperen, en kamperen buiten aangewezen plaatsen is niet toegestaan.
Dat is geen theoretisch verschil. Het is precies waar een handhaver naar kijkt, en het is meteen zichtbaar vanaf de weg.
Praktisch: niets buiten het voertuig, geen afvalwater lozen, geen barbecue, geen geluid. En let op borden — gemeenten mogen het lokaal verbieden, en veel toeristische gemeenten doen dat ook. Een bord gaat altijd voor op de landelijke regel.
Wat Duitsland alsnog uitzonderlijk maakt
De tien-uursregel is eigenlijk niet eens het beste van camperen in Duitsland. Dat is het Stellplatz-netwerk.
Duitsland heeft duizenden aangewezen camperplaatsen: bij dorpen, jachthavens, wijngaarden, brouwerijen, thermen en midden in stadjes. Vaak voor een paar euro, meestal met water, stroom en een stortplaats, en regelmatig op plekken waar geen camping zou passen.
Voor een Duitse camperaar is dat de normale manier van reizen. Voor Nederlanders is het vaak een openbaring: je staat op loopafstand van een historisch centrum, betaalt tien euro, en hebt geen enkele discussie over wat wel en niet mag.
Wie Duitsland doorkruist op weg naar Scandinavië of Zuid-Europa, doet zichzelf tekort door alleen snelwegparkeerplaatsen te gebruiken.
De praktische opdeling
Zo werkt het in de praktijk het prettigst: gebruik de tien-uursregel voor doorreisnachten, waar je alleen slaapt en 's ochtends verder rijdt. Gebruik een Stellplatz zodra je ergens iets wilt doen — een dorp bekijken, een dag blijven, buiten zitten.
Dan gebruik je beide voorzieningen waar ze voor bedoeld zijn, en kom je nooit in de knel.
Waarom dit ertoe doet buiten Duitsland
Duitsland is voor de meeste Nederlandse en Belgische camperaars het doorgangsland. Naar Denemarken en Zweden, naar Oostenrijk en Italië, naar Frankrijk en Spanje. De heenreis bestaat vaak uit één of twee Duitse nachten.
Juist die nachten worden zelden gepland, en dat is zonde. Een goed gekozen Stellplatz halverwege maakt van een doorreisdag een avond die meetelt — in plaats van een tankstationparkeerplaats waar je om zes uur wakker wordt van vrachtwagens.
Dat is uiteindelijk waar routeplanning over gaat: niet alleen waar je heen wilt, maar ook hoe de weg ernaartoe eruitziet.
Veelgestelde vragen
Over de auteur
Mede-oprichter Camproads